door Syb Omlo
windstil
aan een onzichtbaar draadje
draait een boomblad
bellen bubbelend
kabbelt het watervalletje
in de middagzon
in een lichtstraal
op het donkere bosmeertje
een mandarijneend
totaal grenzeloos
viert het uitbundige groen
de zomerregens
de lucht kleurt rood, en
alles verliest langzaam vorm -
herfsttij van de dag
het zwarte schaap -
tussen al die onrijpen
een rijpe braam
pluimen van gras
wassen mijn blote benen
met helder dauw
zomerhitte -
de waaierende staarten
van paarden
lome middag -
alleen het hagedisje beweegt
even
na de lange reis
is thuis opeens weer het doel -
eindbestemming
in het dal
net boven de bomen
de kerktoren
miezerige dag -
van het tennisnet
drupt de regen
voor vogels
is het verlaten hotel
gastvrij
naast een stromende beek
de berg
duizenden stemmen
murmelen een oeroud verhaal -
het bergriviertje
langs de rots
scheert, zwarter dan zijn schaduw,
de raaf
luisterend
naar de regen in de nacht
vervloeien woorden
een grijze dag -
boerenzwaluwen zweven
de somberheid weg
een strohalm
biedt de tortelduif
haar aan
een rupsje bungelt
tussen hemel en aarde
wat zal het worden?
open bovenlicht -
het vlindertje vindt de weg
naar stralend blauw
gebonden
aan z'n eigen web -
de kruisspin
de zomerbries
speelt met de rode rok
van een klaproos
in het bosje
naast de snelweg
rust een uil
boven het koren
volgen twee grote pluimen
mijn bewegingen
een heftig gevecht
tussen twee holenduiven
om een boomhol
al struinend
snoept zij van blaadjes
de reehinde
zaterdagavond -
mieren begroeten elkaar
bij de nestingang