Een oefening in liefhebben.

  MEI 2026

tussen twee bomen

hangt even een zaadpluisje

verstild

het witte zeeschuim

zoekt massaal het strand op

en wordt bruin

de straffe wind werpt

de twee vechtende kraaien

wijd uit elkaar

de groene polder

vol met toendra geluiden -

rotganzen! 

 op het wad

zingen de eiders

tot een oergod

Bloeiende krentenboom langs bospad op Warnsborn. April 2026.

APRIL 2026

de ochtendzon

schenkt de badende kraai

een stralenkrans

de vlinder volgt

het bospad en neemt ook 

mijn afslag

in heel het bos

vieren de bladeren

het lentelicht

de ontwaking -

de slang strekt zich 's ochtends uit

in de lentezon

daar staat mijn held!

die oude kromme berk

vol met lentegroen

op een drol

openen zich de vleugels

van een dagpauwoog

zoemend

boven een grafheuvel

de hommel

ó, die zoete geur

hier in het lentebos! 

een vlinder ontpopt 

zonsopkomst -

tussen het fonkelend dauw

een gele paardenbloem 

statig in zwart

tussen pinksterbloemen

de kraai

het prille blaadje

wiegt in de warme omarming

van de lentezon

lente!

de mierenhoop

loopt uit

snuiven

aan witte pruimenbloesems

- een lenteroes 

een spreeuw

fluit een deuntje

in de lentezon

Bomen, vijver en riet op Warnsborn maart 2026.

 MAART 2026

een waaier van wind

strooit duizenden sterretjes

op donker water

 twee boomkruipertjes

vinden elkaar om te spelen

in het immense bos

op de beekbodem

het slangerige spoor

van de stroming

een windvlaag -

in het kale beukenbos

racet een groep blaadjes

de duizend zonnetjes

van het bloeiend speenkruid!

- aanvang lente

 

Vrijdagmiddag 20 maart met T een wandelinkje gemaakt naar en door Mariëndaal  Langs de bomenrand van het talud bloeide het speenkruid volop. Her en der zaten er ook zwarte bijtjes op. We vonden op ons pad een kleine kolonie van die bijtjes. Asbijtjes vertelde internet ons. De vrolijke zonnetjes van het speenkruid begeleiden ons de hele weg naar Mariëndaal. Een mooi begin van de astronomische lente.

bij de bosvijver

staan de reigers alvast klaar

- paddentrek

een bruine schaduw

scheert plotseling door het bos

de duif stopt met koeren

witte bloesems

op een vuile auto

- lenteregens

nog een beetje koud

warmt zij zich aan mijn wangen

de lentewind

snuffelend

aan dezelfde bloesems

de hommel en ik

ijlte

alsmaar hoger en hoger

gaat de buizerd

Dennenbos op de Hoge Veluwe, februari 2026.

FEBRUARI  2026

fladderend

door de winterse tuin

het citroentje

wat een sneeuwklokjes!

dikke oranje sokken

dragen de bijtjes

in grauwe grijsheid

begint de winterjasmijn

een nieuwe bloeitijd

een gure wind schuurt 

over de dorre akker

duiven vliegen op

 in de winterwind 

flarden van een lijsterlied

een natte sneeuw valt

de hazelaar

zwaar beladen met goud

deelt haar welvaart

tjilpende blaadjes -

in de winterbeukenhaag

een groepje mussen 

de hardloopster -

links rechts links rechts straalt de zon

in haar paardenstaart

pijpenstrootje -

waar ooit eens de hei was

ruist nu de wind

een zonnestraal -

eventjes was het dorre blad

bladgoud

het dennenbos schuift

z'n pionnen steeds verder

het heideveld op

Vijver op Warnsborn bij Arnhem, januari 2026.
 
JANUARI 2026

van bomen

drupt gestaag sneeuw -

een specht roffelt 

in de sneeuw

zwarter dan zwart

een kraaiengevecht

altijd daar

waar ik ga of sta

het roodborstje

verijsd

glijdt het heidepad

de heuvel af

toegedekt met sneeuw

houdt de kleine bosvijver

een winterslaapje

sneeuw!

alle schaduwen worden

wit 

vlokjes sneeuw

lossen op in de vijver -

rimpelingen

de winterwind buldert

maar ook hij krijgt vandaag

mijn beste wensen