door Syb Omlo.
uit een donker wak
plukt het ijsvogeltje
een zilveren visje
wilde ganzen
vliegen uitbundig over
kom kom kom!
kerstwandeling -
uit helder blauw daalt
een witte reiger
het zonnestraaltje
kleurt een bruin beukenblad
rood
de japanse kers
tussen grote kerstballen
wat bloesempjes
de uil vliegt op -
in de nacht heerst
stilte
kriskras
maak ik dagelijks
een rondje
winter -
in zwarte grond
ontelbaar zaad
schemering -
de zon gaat onder
een ster verschijnt
de wolken
lauweren
de maan
winterstilte -
op de oeroude grafheuvel
reeënsporen
herfstavond -
rond een vogelverschrikker
verzamelen kraaien
in het bos
komt de zon op -
een gouden kroon
mistig verstild
ligt de vijver in het bos -
een slapende reiger
op de bospaden
verstommen de bladeren
de winter komt eraan
herfst
ging zo langzaam, maar
ineens is het kaal
melkweg -
in een berk schitteren
myriade druppels
eerst ritselt het blad
dan kringelt het water
en dan wordt ik geraakt
achter vallend blad
verschijnt verborgen schoonheid -
de oude linde
vurig reiken
de laatste herfstbladeren
naar de avondzon
herfstwind -
de eik geeft de kleine den
een extra jas
op de graven
van naamloze soldaten
vallen bladeren
bij de bosvijver
verstopt tussen het herfstblad
het ijsvogeltje
regen klettert neer
herfstbladeren verfletsen
en riet buigt diep
in de herfstwind
verwarrelen
de bladeren
vanuit de diepte
van een holle boomstronk
glanst een gele zwam
in de oude perenboom
bloemetjes
nog een beetje nat
piepen paddenstoeltjes
uit vochtige grond
boven de bomen
blinkt de gouden haan
op zijn toren
zeven parels
aangereikt op een groen blad -
dauwdruppels
littekenweefsel
op zijn vele wonden -
de oude beuk
tussen de druiven
zoekt een zacht zoemende wesp
die ene juiste
vederlicht
landt op het eendenkroos
een vlinder
een blauwe flits
schiet opeens in het water -
dansend in het licht
gisteren en vandaag
de eendagsvliegjes
in de zeebries
kleuren haar wangen rood -
zonsopkomst
de zeester
in het jampotje
verbleekt
het paddenstoeltje
op z'n hoed nog wat aarde
ontvouwt zich langzaam
in een wak
tussen het eendenkroos
schuilt peilloos zwart
een lichtstraal
vult het doffe blad
met neon groen
windstil
aan een onzichtbaar draadje
draait een boomblad
bellen bubbelend
kabbelt het watervalletje
in de middagzon
in een lichtstraal
op het donkere bosmeertje
een mandarijneend
totaal grenzeloos
viert het uitbundige groen
de zomerregens
de lucht kleurt rood, en
alles verliest langzaam vorm -
herfsttij van de dag
het zwarte schaap -
tussen al die onrijpen
een rijpe braam
pluimen van gras
wassen mijn blote benen
met helder dauw
zomerhitte -
de waaierende staarten
van paarden
lome middag -
alleen het hagedisje beweegt
even
na de lange reis
is thuis opeens weer het doel -
eindbestemming
in het dal
net boven de bomen
de kerktoren
miezerige dag -
van het tennisnet
drupt de regen
voor vogels
is het verlaten hotel
gastvrij
naast een stromende beek
de berg
duizenden stemmen
murmelen een oeroud verhaal -
het bergriviertje
langs de rots
scheert, zwarter dan zijn schaduw,
de raaf
luisterend
naar de regen in de nacht
vervloeien woorden
een grijze dag -
boerenzwaluwen zweven
de somberheid weg
een strohalm
biedt de tortelduif
haar aan
een rupsje bungelt
tussen hemel en aarde
wat zal het worden?
open bovenlicht -
het vlindertje vindt de weg
naar stralend blauw
gebonden
aan z'n eigen web -
de kruisspin
de zomerbries
speelt met de rode rok
van een klaproos
in het bosje
naast de snelweg
rust een uil
boven het koren
volgen twee grote pluimen
mijn bewegingen
een heftig gevecht
tussen twee holenduiven
om een boomhol
al struinend
snoept zij van blaadjes
de reehinde
zaterdagavond -
mieren begroeten elkaar
bij de nestingang
na de regenbui -
onder een bloesemlaaagje
ligt een vlinder
meiregens
de kikkers kwaken
en kwaken
de hemel
is hier intens groen -
het beukenbos
boswerkers herrie -
de eend en haar vijf jongen
zoeken dekking
vanuit hun hoogzit
aanschouwen twee kraaien
de zonsondergang
in het beukenbos
dooft langzaam het lichtend groen -
de zomer schemert
boven de velden
in het ruisen van de wind
de stilte
al klimmend
naar de boomtop
zingt de merel
in wuivend gras
blinken blauwe sterren -
vergeet-me-nietjes
in het kapelletje
heeft zij onderdak gevonden -
de broedende merel
geleid, maar
het zocht weer z'n eigen weg -
het bosbeekje
dichtgegroeid met
reuze vergeet-me-nieten -
de kat's sluipdoor
een zacht briesje
door het prille lentebos gaan
golven van licht
vechtende eenden
een ree komt even kijken
net als ik
in het hemelsblauw
duikt een glanzend dolfijn op -
de ontsnapte ballon
lentebriesje
via de webdraden
lichtsignalen
ochtendzon
een nieuw blad ontvouwt zich
tot lichtend groen
roze bloesems en witte wolkjes -
een lente palet
voor mijn bankje
vliegt een duif langs
met tak
geknakt
die mooie bloem
een nieuwe knop zwelt
onverwachts
in ons armzalige gras
pinksterbloemen!
krentenbloesempjes
dwarrelen
op de grond
een vlindervleugel
roerloos
hoog in het blauw
zweven witte wolkjes
een duif daalt neer
op ranke poten
tussen hoge bomen
gaan twee reeën
de kauwtjes bouwen
een nest in onze schoorsteen -
seizoenswisseling
boven de heide
vliegt een raaf weg -
de zon komt op
een vleugje winter -
tussen al het lentegezang
de krassende kraai
in het strakke blauw
een vliegtuig met z'n spoor, en
ganzen in een v
wiegend in de wind
op de top van een grashalm
een wit donsveertje
tussen wit rijp
glimmert krokusgeel -
zonopkomst
wat een duiven!
het oude beukenbos
helemaal vergrijsd
kriskras vliegen ze
door een wirwar van takken -
de wilde eenden
het waterhoentje
zwemt een v in de melkweg
sterren spetteren
hoog in een boom
deinend in de lentewind
koert een duif
tussen de bomen
fladdert het lentezonnetje -
een citroenvlinder
oude boomstobben
onder een dikke laag mos -
groene grafheuvels
een koude windvlaag
de oude eik rilt even
het laatste blad valt
meegesleurd in de val -
de omgewaaide boom
statig staat hij daar
met zijn jas van groen fluweel -
mijnheer beukenboom
in de vijver
regent het cirkeltjes
een reiger schouwt toe
eerste warme dag -
bij de vijver met dooiend ijs
paarse krokusjes
op de bosvijver
houden de boombladeren
een schaatswedstrijd
in de gure wind
het snerpende geluid
van een kettingzaag
bevroren water
waar nog een stukje open is
duikt de ijsvogel
in de stilte
boven een leeg heideveld
bidt de valk
waterkoud -
gestolde druppels hangen
twijgen
natte sneeuw -
meeuwen strijken neer
op het water
met een roffel
verkondigt de specht
de lente komt, komt!
de geknakte beuk
vol met zwammen en gaten -
zacht voelt z'n mosvacht
mist trekt op -
vanaf de waterkant vliegt
een reiger weg
in het winterlicht
vloeien hun kleuren ineen -
de vos en het bos
winterrust -
tussen kale heggen -
een lege akker
in een regenplas
groeit de oude eik
de onderwereld in
in de winterwind
kreunt de oude beuk
een tak valt
roept een onzichtbare raaf -
mist verdicht zich
mistige ochtend
een raaf roept in de stilte
en vindt weerklank
uit een berijpt veld
met wat verse molshopen
kijkt een schimmel op
een flets zonnetje -
onder wat water schemert
ijs in de beek
nog steeds op die plek
staat in de verijsde sneeuw
een blauwe reiger
het eerste blaadje
op het schoongeveegde pad -
nieuwjaarsdag